Hey Ivo,
Als ik zelf iets leer, doe ik dat het liefst door een video te kijken of een podcast te luisteren. Maar als ontwikkelaar van e-learnings schrijf ik vooral teksten. Moet ik dan niet, om mijn doelgroep een plezier te doen, video’s en podcasts voor ze gaan maken? En welk medium is eigenlijk het effectiefst? Ik ben weer, net als vroeger op de Uni, in de papers gedoken om deze vragen te beantwoorden.
Vraag 1: Welk medium is het effectiefst voor leren?
Allereerst ben ik erachter gekomen dat er per type leren wel degelijk verschillen zijn tussen de verschillende media. Ik maak qua leertypen onderscheid in:
(1) declaratieve kennis,
(2) procedurele kennis
(3) gedragsverandering.
Daarbij moet ik wel een belangrijke nuance plaatsen. Een slecht ontworpen video levert slechtere resultaten op dan een goed ontworpen tekst, en vice versa. Dat is eigenlijk heel logisch. De hieronder beschreven effecten gelden steeds ceteris paribus (bij vergelijkbare instructiekwaliteit).
- Declaratieve kennis.
Met ‘declaratieve kennis’ bedoel ik het opnemen van informatie, variërend van het onthouden van feiten tot het begrijpen van abstracte concepten en het leggen van verbanden tussen ideeën. De meta-analyse van Virginia Clinton-Lisell (2022) vond hierbij geen significant verschil tussen lezen en luisteren. Toen Clinton-Lisell specifieker ging kijken naar de subcategorie ‘complexe concepten begrijpen’ bleek lezen een licht leervoordeel te hebben boven luisteren.
Belangrijk om hierbij te vermelden is dat Clinton-Lisell geen onderzoek heeft gedaan naar video. Michael Noetel en zijn collega’s (2021) hebben dit in hun meta-analyse wel gedaan. Zij ontdekten dat mensen iets meer leerden van video’s ten opzichte van ander lesmateriaal. Hoewel dit verschil klein was, vond hij ook een groot verschil: wanneer de video wordt gebruikt als aanvulling, samen met tekst (en eventuele andere instructies), bleek de leeropbrengst een stuk hoger. De conclusie? Voor declaratieve kennisverwerving heeft video een licht positief resultaat, maar het beste is om een video als aanvulling te gebruiken op bestaand materiaal.
- Procedurele kennis.
Procedurele kennis betekent het aanleren van een opeenvolging van handelingen die je stap voor stap kunt uitvoeren. Hier is de moraal van het verhaal een stuk minder genuanceerd. Als je iemand een proces aanleert, werkt dat het beste met een video. Dit tonen metastudies van Morgado en zijn collega’s (2024) en Buch en zijn collega’s (2014) aan.
- Gedragsverandering.
Gedragsverandering omschrijf ik als het structureel anders gaan handelen of denken doordat attitudes, overtuigingen of gewoonten verschuiven. Hoewel Morgado in zijn metastudie rapporteert dat video ook beter werkt voor gedragsverandering, kan ik mij persoonlijk meer vinden in de metastudie van Burke en zijn collega’s (2006). Voor gedragsverandering is een passieve video zonder actieve verwerking onvoldoende. Om gedrag te veranderen moeten mensen de dialoog aangaan en nieuw gedrag ‘inoefenen’, of stapsgewijs aanleren. Dit maakt een discussie over mediumkeuze bij gedragsverandering minder relevant.
Vraag 2: Waar ligt de voorkeur?
Allereerst is het belangrijk om te benoemen dat leervoorkeur geen betrouwbare voorspeller is van leerresultaat. Het bestaan van leerstijlen is lang geleden al overtuigend ontkracht. Toch vind ik het als ontwikkelaar wel belangrijk dat mijn doelgroep het lesmateriaal prettig vindt om te volgen. Welke rol heeft de mediumkeuze hierin?
De conclusie hiervan vind ik zelf erg interessant. Als mensen mogen kiezen, kiezen zij voor het medium dat de minste cognitieve inspanning vraagt (Bjork, 1994). In dit geval is dat dus passief een video bekijken of een podcast luisteren. Met andere woorden: Bjork noemt mijn eigen leervoorkeur (video en podcast) lui, en daar heeft hij wel gelijk in. Actieve verwerking van informatie is volgens vele wetenschappers een belangrijke voorwaarde voor leren (zie bijvoorbeeld Sweller, 1988). Maar hoe kan het dan dat die passieve leervormen voor bepaalde taken dan toch hogere resultaten opleveren, zoals we bij vraag 1 hebben gezien?
Daarvoor kijken we eerst naar waarom lezen een hogere inspanning vraagt. De reden voor deze hogere inspanning is dat lezen inherent zelfgestuurd is. Dat betekent dat mensen zelf actief het tempo bepalen waarop zij leren. Als ze iets niet begrijpen, lezen ze iets opnieuw. Dit is in de basis iets goeds, maar hierin zit wel de veronderstelling dat mensen gemotiveerd genoeg zijn om iets opnieuw te lezen als ze het niet begrijpen.
Zelfgestuurd leren betekent ook dat er altijd een risico is op afhaken. Dit is iets waar wetenschappelijk onderzoek naar mijn mening te weinig rekening mee houdt, omdat afhaken weinig gebeurt in experimenten. Als een tekst te moeilijk geschreven is, stoppen mensen in de praktijk gewoon met lezen.
Bij video is het afhaakrisico naar mijn veronderstelling minder hoog. Hoewel een video natuurlijk ook complex kan zijn, heeft het een voordeel dat een geschreven tekst niet heeft: de aanwezigheid van een presentator die het publiek direct toespreekt. Je kijkt naar iemand die met intonatie, mimiek en handgebaren jouw aandacht probeert vast te houden. Dit is niet mogelijk in een geschreven tekst.
Bovendien kan video ook zelfgestuurd zijn. Een video speelt in principe gewoon door op het moment dat je aandacht even ergens anders heengaat (wat goed is om het afhaakrisico nog verder te verkleinen), maar je wil niet dat deelnemers die informatie dan volledig mislopen. Voor wie de video even te snel ging, of even afgeleid was, is er altijd de videoplayer waarmee je de video terug kan spoelen naar het gewenste tijdstip.
Conclusie:
Allereerst is het dus belangrijk dat de kwaliteit van je materiaal goed is als je wilt dat mensen iets leren. Niemand heeft iets aan een slechte video of een slecht geschreven tekst. Als je in staat bent om kwaliteit te leveren, kies dan bij procedurele kennis voor video. Bij declaratieve kennis maakt het medium niet zoveel uit, al lijkt video iets beter voor de leeropbrengst. De beste optie is om video te gebruiken als aanvulling op ander materiaal.
De algemene voorkeur van mensen ligt bij het medium dat de minste cognitieve inspanning vraagt. Dat gaat doorgaans om video, audio en podcast. Hoewel vooral video netto effectiever lijkt dan geschreven tekst, heeft het als gebrek dat het soms niet genoeg aanzet tot actieve verwerking. Dit hoeft wat mij betreft niet direct een probleem te zijn. Een voor de hand liggende oplossing is bijvoorbeeld om activerende, interactieve vragen te stellen tijdens de video.. Als ik naar de resultaten van de onderzoeken kijk, lijkt het mij verstandig om de voordelen van video te combineren met werkvormen die aanzetten tot actieve verwerking. Nu ik dit allemaal weet, wil ik mij graag meer gaan verdiepen in het maken van langere explainer-video’s zoals ik die graag zelf kijk op YouTube.
Fleur, ik ben benieuwd naar jouw perspectief, dus ik draag het stokje graag aan je over. In online leren zien we vaak open vragen en antwoordvelden terugkomen, maar hoe zinvol zijn die eigenlijk? Tijd om daar eens kritisch naar te kijken. Aan jou het woord!
Groet,
Teun
Over Teun
Teun Boekel is Digital Learning Specialist bij inBrain. Qua leeftijd een van de benjamins van het team, maar met de feitenkennis van iemand met veel levenservaring. Of is er een chatbot in het hoofd van deze AI-fanaat geplaatst?