Ha Fleur,
Diversiteit en representatie: het roept bij mij meteen van alles op. Ik denk aan diversiteit in geslacht, etniciteit en cultuur, seksualiteit, leeftijd, neurodiversiteit, mensen met een beperking en mensen met een hoge of lage sociaaleconomische status. Door verschillende groepen zichtbaar te maken op televisie, posters en in andere media kunnen meer mensen zich gezien voelen. Zo voorkomen we ook dat één type mens de standaard wordt. Maar hoe zit dat bij digitale leermiddelen? Zijn diversiteit en representatie nodig in een e-learning? Het gaat er toch om dat een deelnemer iets leert?
De standaard mens
Ik val als man op mannen. Ik herken mezelf daarom niet altijd in films of boeken waarin een prins zich een weg langs draken en boze stiefmoeders baant om een prinses te redden. Maar ik begrijp ook dat we in een hetero-normatieve wereld leven. Dat betekent alleen niet dat we geen verhalen hoeven te schrijven over bijvoorbeeld een lesbische superheldin.
Nu ik dit schrijf, vraag ik me af of dit überhaupt bestaat. Een vlugge Google-zoektocht brengt me bij een online artikel over de serie ‘Batwoman’. Een held die queer is (‘queer’ is een brede term voor mensen die niet heteroseksueel en/of niet cisgender zijn). Vet! Terwijl ik verder scrol, lees ik dat iemand in de reacties laat weten dat hij ‘doodziek wordt van dit opdringerige gedoe’. Een reactie die je wel vaker tegenkomt op sociale media. Los van het feit wat je daar zelf van vindt: zowel kamp ‘hoera voor diversiteit’ als kamp ‘opdringerig gedoe’ zal vertegenwoordigd zijn in de doelgroep van jouw leeroplossing. Daar moet je dus rekening mee houden. Hoe zorg je voor representatie zonder een van deze kampen tegen de borst te stuiten?
Bij de digitale leeroplossingen die ik bij inBrain ontwikkel, maak ik veel gebruik van storytelling: het overbrengen van een boodschap met behulp van verhaaltechnieken. In verhalen zitten personages. Maar wie zijn dat? En wordt het ‘opdringerig gedoe’ zodra die personages niet tot de maatschappelijke meerderheid behoren?
Ik zal aan de hand van drie voorbeelden laten zien hoe ik tijdens het ontwikkelen van een e-learning met storytelling nadenk over diverse representatie.
Culturele diversiteit
Stel, ik schrijf voor een e-learning een verhalende werkvorm over zes fictieve mensen, die vanuit hun eigen perspectief vertellen hoe zij omgaan met spaargeld. Deze mensen moeten natuurlijk een naam krijgen. Er zijn allerlei manieren om namen voor fictieve persona’s te bedenken. Ik gebruik vaak namen van mensen die ik recent heb ontmoet. Onlangs ontmoette ik bijvoorbeeld Kwame, iemand met een typisch Ghanese naam. Die naam wil ik gebruiken! Waarom? Deels omdat het nu eenmaal een naam is van iemand die recent ben tegengekomen. Niet ‘opdringerig’, ik kies gewoon een naam. Maar het speelt ook mee dat ik vanuit mezelf de motivatie heb om de diversiteit van ‘de Nederlander’ in namen terug te laten terugkomen. Als ik alleen maar traditioneel Nederlandse namen had gekozen, zou de culturele diversiteit van Nederland minder zichtbaar zijn.
Een kind met twee moeders
Voor een andere e-learning maak ik gebruik van één lange verhaallijn. Samen met de opdrachtgever ontwikkelen we een interactief verhaal over een kind dat opgroeit in een gezin met twee moeders. Ik benoem dit even kort aan het begin van de casus, maar verder hoeft hier geen nadruk op te liggen. De seksuele oriëntatie van de moeders speelt immers verder geen rol in de leerinhoud; om de leerdoelen te behalen, hoef ik niet uit te leggen hoe zij uit de kast zijn gekomen. Het gaat om het kind en dat groeit toevallig op met twee moeders. Niks meer, niks minder.
Hij, zij en die
Ook bij voornaamwoorden moet ik af en toe een keuze maken, zeker als ik storytelling toepas in mijn leeroplossingen.
In de e-learnings die ik ontwikkel spreek ik de deelnemer standaard aan met ‘je/jij’. Dat scheelt weer een voornaamwoord kiezen. Maar in casussen waarin een derde persoon centraal staat, zul je wel met pronouns te maken hebben. Hierbij kan ik zelf bepalen of dit een hij/zij/die is. Want inderdaad, genderneutraal schrijven met bijvoorbeeld ‘die’ en ‘diens’ is natuurlijk ook mogelijk. Iedere onderwijskundig ontwikkelaar kan hierin een eigen keuze maken. En als je vermoedt dat dit voor een opdrachtgever belangrijk is, kun je dit altijd even navragen.
Hoe pas je diversiteit en representatie toe in e-learning?
Zoals uit deze voorbeelden blijkt, zijn er heel veel zaken om over na te denken bij het zoeken naar diversiteit en representatie. Hoe dan ook kun je een bredere groep mensen herkenning bieden door verschillende groepen zichtbaar te maken. Mijn vier tips zijn:
- Bepaal wie je doelgroep is en wie je in de e-learning wilt laten terugkomen. Heel Nederland is een bredere groep dan de IT-afdeling van jouw organisatie. Ga het ook niet forceren. Werken er op een afdeling voornamelijk mannen? Dan is het logisch dat je in de e-learning ook relatief veel mannen laat zien. Dat is niet gelijk een ‘gebrek aan representatie’.
- Je las het woord al eerder: stereotyperend. Pas op met stereotypes. Bijvoorbeeld door te suggereren dat oudere mensen altijd moeite hebben met technologie. Een oudere deelnemer kan daardoor weerstand voelen, zeker als in vijf casussen steeds een ouder persoon moeite heeft met technologie.
- Zet beeldmateriaal in om representatie als iets vanzelfsprekends te presenteren. Stel dat je bij een casus voor persona ‘Harry’ een foto zoekt, kies dan bijvoorbeeld eens voor iemand in een rolstoel. In de casustekst hoef je vervolgens niet te benoemen dat Harry in een rolstoel zit (tenzij dit relevant is voor het leerdoel natuurlijk). Je kijkt naar Harry en dat hij toevallig in een rolstoel zit, is nu eenmaal zo.
- Gebruik gerust verschillende voornaamwoorden, waaronder ‘die’ en ‘diens’. Maak hierin wel een consequente keuze. Het leest onrustig als je ‘hij’, ‘zij’ en ‘die’ zonder duidelijke reden door elkaar gebruikt.
Vanzelfsprekend onderdeel
Ik begon deze blog met de vraag: ‘is diverse representatie nodig in digitale leermiddelen’? Mijn antwoord is ‘ja’, maar altijd met het leerdoel voorop. Over diverse representatie in online leeroplossingen valt nog een hele hoop te schrijven. Daarvoor is één column niet genoeg. In ieder geval moet representatie geen doel op zich zijn, maar een vanzelfsprekend onderdeel van e-learning waarin iedereen zich gezien en aangesproken voelt.
Mag ik het column-stokje aan jou doorgeven, @Marloes? Bij het overtuigen van het nut van online leren, kan het moeilijk zijn om hard te maken wat L&D een organisatie exact oplevert. Heb jij tips om de positie van L&D binnen organisaties te versterken? Ik ben benieuwd!
Groeten,
Diede
Over Diede
Diede van Dorrestein is Digital Learning Specialist bij inBrain. Als fervent sportschoolganger staat hij garant voor leeroplossingen die altijd in topconditie zijn.